Nergens in Europa is de biodiversiteit zo laag als in Nederland. En er is ook geen land dat meer voedsel per vierkante kilometer exporteert als datzelfde dichtbevolkte Nederland. Steeds meer mensen zien gelukkig dat dit niet meer houdbaar is. Want iedereen snapt wel dat als we geen biodiversiteit meer hebben, er ook letterlijk geen leven meer is.

Maar meestal vinden diezelfde mensen het ook moeilijk om echt buiten de bestaande kaders te denken. Ze blijven bijvoorbeeld vinden dat alleen teelten met monoculturen ‘professioneel’ zijn, en andere vormen automatisch amateuristisch. Of, ze blijven denken dat nieuwe vormen van voedselproductie uitsluitend binnen het vakje ‘boer’ moeten ontstaan en dat verandering pas mogelijk is als ‘we’ de boer meekrijgen en hem als het ware een nieuw receptje aanreiken. Want, dat is toch alles wat we hoeven te doen? Nieuwe manieren vinden om te boeren? En, het is toch alleen de boer die we op dat platteland willen toelaten. Als bewerker van de grond en onze traditionele producent van voedsel.

Waarom zou vernieuwing in deze sector anders zijn?

Waarom lijkt het ineens in deze sector logisch dat de zo noodzakelijke vernieuwing alleen kan ontstaan als de mensen die de huidige problematiek hebben laten ontstaan de handschoen oppakken? Het is uit andere sectoren allang bekend dat echte vernieuwing nooit zal ontstaan binnen de instituties van de oude spelers. Deze zullen pas bewegen als de echt nieuwe spelers het speelveld aantoonbaar hebben veranderd. Volkswagen ging pas serieus aan de gang met elektrische auto’s nadat Tesla de markt had verstoord en na Dieselgate. Tot die tijd was Volkswagen uitsluitend bezig om de dieselmotor te optimaliseren. En precies dat zie je nu ook in de land- en tuinbouw gebeuren: als we met GPS heel precies kunnen doseren besparen we heel veel gewasbestrijdingsmiddel; als we de mest nog netter kunnen scheiden, besparen we zo en zoveel ammoniak; als we de luchtzuivering in de stallen nog beter aanpakken.. etc etc. Dit zijn allemaal optimaliseringsmaatregelen binnen het bestaande denkraam en verre van een structurele vernieuwing.

Maar, het platteland, en de landbouw zijn geen zuivere kapitalistische speelvelden en de hoe dan ook te verwachten inkomsten zijn ook geen startup-hockystick. Voedsel is, economisch gezien, nu eenmaal een beroerd verdienmodel.

De bestaande reguliere landbouw is niet alleen zwaar gesubsidieerd, maar ook enorm gereguleerd. Zeker in Nederland. Grond is hier zo schaars dat iedere vierkante meter voorzien is van bestemmingsplannen en regelgeving van soms wel vier overheidslagen. Bovendien is landbouwgrond erg kostbaar. Soms wel 10x zo duur als bosgrond. Iedereen die op een andere manier dan gebruikelijk voedsel wil produceren moet eerst door dit dichte woud van bestemmingen, regelgeving, bestaande subsidies, lobbies, hoge kosten, banken, denkramen, tradities etc etc. Een speelveld dat heel oud is, en dus bestaat uit spelers die al honderden jaren met elkaar aan het spelen zijn en elkaar goed kennen en vertrouwen.

Stel het speelveld open voor nieuwe spelers

Geen wonder dus dat veel mensen het speelveld zelf niet ter discussie stellen. Op het platteland willen overheden vooral traditioneel boerende boeren land laten bezitten, want hun gedrag kennen ze en hun kunstje kan gefinancierd worden (banken) en ja ‘het’ moet anders, maar ‘het’ moet wel zo worden ingericht dat de boer het binnen zijn huidige kunstje kan passen. Want anders wordt ‘het’ nooit wat en lukt ‘het’ sowieso niet (een door de lobby van dit speelveld zeer vakkundig neergezet frame).

Ik durf te stellen dat de werkelijkheid precies andersom zal zijn. De enige manier waarop ‘het’ echt anders wordt is als er systematiek ontstaat die nieuw spel en nieuwe spelers op een voor verandering veel beter ingericht speelveld toelaat en, deze spelers zo vrij mogelijk laat experimenteren.

Op dit moment moeten nieuwe vormen van voedselvoorziening die de bodem en de biodiversiteit wèl opbouwen en serieus CO2 opslaan in plaats van minder erg uitstoten, nog voor ze hebben kunnen bloeien al aantonen hoe ze een ‘verdienmodel voor boeren’ kunnen zijn, en binnen drie jaar rendabel zijn,  terwijl de bestaande landbouw al jaren niet meer rendabel is en constant gesubsidieerd wordt. Als je het zo bekijkt is het een wonder dat er nog mensen zijn die inderdaad op dit moment echte vernieuwing laten zien. En, als je goed kijkt zijn dit vrij vaak mensen die niet uit het standaard boeren-speelveld afkomstig zijn. De echte pioniers van nu zijn dus al heel vaak nieuwe spelers.

Overheden en financiers, ga dus veel meer nadenken over manieren waarop nieuwe spelers het domein van de voedselproductie en vermarkting kunnen betreden en maak het speelveld toegankelijk voor hen.  Het ligt nu vol met haast onneembare hordes.

En, misschien los je dan wel meerdere problemen in één klap op: de vergrijzing en leegloop van het platteland, de biodiversiteit, het klimaat en de manier waarop Nederland bezig is met voedselproductie en verkoop: van laagwaardig, verarmend en grootschalig, naar divers, circulair, ecologisch, aantrekkelijk, sociaal en lokaal. Laat woongroepen toe, laat tiny houses met voedselboslandgoederen toe, laat generatieproof wonen toe, durf huisnummers buiten de bebouwde kom uit te reiken en ontmoedig de aankoop van boerenland door grote bedrijven die helemaal niet in het gebied wonen en uitsluitend met loonwerkers standaardspul verbouwen. Maak van het voedsel- en biodiversiteitsvraagstuk ook een leefbaarheidsvraagstuk. Want kokers bestaan niet, behalve in ons hoofd en in onze zelfgemaakte regels.

Laat letterlijk 1000 bloemen bloeien

Door letterlijk 1000 bloemen te durven laten bloeien in plaats van oude kunstjes te controleren, kunnen er verrassende nieuwe concepten ontstaan. Die later ineens een goed verdien- en/of woon en/of werkgelegenheid of toeristiek model blijken te zijn. Of niet, maar dan is er ook veel geleerd en zijn er ondertussen ongelofelijk veel andere  waardes geproduceerd. De moedige pioniers van nu laten zien dat natuurwaarden zich verrassend snel herstellen. Maar dan moeten overheden en financiers het wel aandurven om speelvelden niet meer te controleren, maar juist voorwaardenscheppend open te stellen voor iedereen die voedsel en ecologie en nieuwe levens- en verdienmodellen wil gaan uitproberen op het nu steeds meer leeglopend vergrijzend, maar inderdaad heel keurig opgeruimd platteland van Nederland.

Ben jij zo’n nieuwe speler?

De module bedrijfsplan van de cursus Haal voedsel uit het bos is precies wat echte nieuwe spelers nodig hebben om hun voet werkelijk tussen de deur van de huidige taaie werkelijkheid te krijgen. In een niet al te grote groep werk je aan jouw plan en leer je het te vertalen naar regelgeving, bestemmingsplan, rechtsvorm, pitch, marketing,.. kortom, naar de wereld zoals hij helaas nog is voor jou. Mensen moeten zo ontzettend wennen aan landbouw met bomen, landbouw die er rommelig uit kan zien, nieuwe woonvormen op het platteland.. Wij zien deze plannen al jaren voorbij komen in onze voedselboscursus en weten hoe veel mensen klaar staan om het Nederlandse platteland weer vol leven te komen brengen. En, we kunnen ook bogen op resultaten. Meerdere ex-cursisten hebben hun plannen inmiddels gerealiseerd. Want, op de laatste cursusdag kun jij jouw plan presenteren voor een jury die jouw plan echt verder kan helpen brengen. Lees hier meer >>